Dicky Prins breide tot de Eiffeltoren en weer terug


<p>Dicky Prins heeft duizenden bollen wol verwerkt tot sokken. En ze breidt er nog lang geen eind aan. (foto&#39;s: Hanneke in &#39;t Veld)</p>

Dicky Prins heeft duizenden bollen wol verwerkt tot sokken. En ze breidt er nog lang geen eind aan. (foto's: Hanneke in 't Veld)

(Foto: )

Dicky Prins breide tot de Eiffeltoren en weer terug

Greup - Handwerken is in deze coronatijd een populaire bezigheid en beleeft een ware herwaardering. Iemand die nooit met haar handen stilzit is Dicky Prins (76). Breien is van jongs af aan haar lust en haar leven. Ze bewaart al meer dan 50 jaar de wikkels en heeft tot nu exact 5.628 bollen wol weggewerkt. En ze is nog lang niet van plan de naalden weg te leggen.

‘Het is weleens uitgerekend, want op elke bol staat hoeveel meter je ermee kan breien’, zegt Dicky, ‘als je alles achter elkaar zou leggen kan je van de Greup tot de Eiffeltoren in Parijs en weer terug.’ Breien doet ze en niks anders, en alleen sokken, in alle soorten en maten voor groot en klein, man of vrouw. Als jong meisje keek ze de kunst af van haar oma. ‘Die breide ook altijd. Toen ze een keer een paar sokken voor m’n vader zou breien heb ik gezegd: dat wil ik wel doen.’ 

Ook haar moeder hielp haar om de schone kunst onder de knie te krijgen. ‘Het moeilijkst is de hiel, dat heb ik echt tig keer moeten proberen voor ik dat kon. Soms moest de boel weer uitgetrokken worden. Dan mopperde oma weleens dat het net de Berlijnse muur leek, zo vast breide ik.’

Toen ze het in de vingers had was ze niet meer te stuiten. ‘Ik brei overal’, lacht ze, ‘in de auto, voor de tv, het maakt me niet uit. Het is een heerlijk ontspannende bezigheid, je maakt wat, je kan het overal mee naar toe nemen en als je het zat bent leg je het gewoon weg.’ 

Verslaafd wil ze zich beslist niet noemen. ‘Nee hoor, ik kan het tijdens vakantie of zo rustig laten, ik lees ook graag een boek. Maar soms kom ik ’s avonds thuis van een koorrepetitie en dan moet ik toch echt nog even een paar naalden doen, ook al moet ik soms eigenlijk naar het toilet.’

Sokken maakt ze veelal op bestelling, ze heeft klantjes tot in Amerika toe. (zie de foto van de bedankkaart) Doorgaans staan er meerdere paren op. ‘Mensen kennen je onderhand hé, en dan brengen ze de wol, of ik koop het zelf. Als de kosten vergoed worden is het voor mij prima, soms krijg ik er wat voor.’ Ze schiet in de lach: ‘We reden een keer in de auto op de snelweg. Ik zat natuurlijk weer te breien. Een automobilist kwam naast ons rijden en de man gebaarde dat hij ook wel een paar wilde. Dat is toch grappig?’ 

Behoefte aan ander handwerk heeft ze niet. ‘Op school moest je borduren, nou, ik vond er echt niks aan.’ Maar dan eens een keer in plaats van een sok een trui maken of zo? ‘Oh nee’, klinkt het resoluut, ‘ik moet er niet aan denken. Zo’n patentsteek ophalen, weet je wat een werk dat is? Een sok is veel makkelijker, ik doe het blindelings, je voelt het als er iets verkeerd gaat. Ik kan wel een bol per avond wegwerken.’

Dicky vindt het zelf ook bijzonder dat ze alle wikkels van de bollen wol al die jaren bewaard heeft. Ze vraagt zich af of er nog iemand is die al die jaren de wikkels bewaard heeft. ‘Het is eigenlijk als aardigheidje begonnen en dan op een gegeven moment ga je door en wil je ze allemaal bewaren.’ 

Hoe lang ze nog doorgaat weet ze niet. ‘Ik haal vaak wol in Numansdorp en dan zeg ik: dit zijn de laatste bollen. Dan kijkt die mevrouw me aan en zegt lachend: “Nou, dat geloof ik niet hoor”. Ach, ik moet niets, zo lang het leuk blijft ga ik door. Bij de kaasboer had ik nog een praatje met een man die last van koude voeten had. Nou, dan ga ik weer aan de slag.’

(tekst: Conno Bochoven)

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden