
‘Eigenlijk had vader alleen een scherf in z’n kuitbeen’
AlgemeenOud-Beijerland - Woensdag 6 november is het precies 80 jaar geleden dat een Engels vliegtuig bommen afgooide boven Oud-Beijerland. Een vergissingsbombardement met grote schade en enkele doden. Het sloeg grote gaten in de Oostdijk en omgeving en een nog groter dramatisch gat in het gezin Waardenburg aangezien vader Johan Waardenburg om het leven kwam. Rien Waardenburg en zijn jongere broer Hans zijn de enige nog levende nabestaanden van dat gezin. ‘Die plek heeft nog altijd een aparte plek in onze familie.’
Met zijn 89 jaar is Rien Waardenburg nog helder van geest en fit van lijf en leden. Hij kan zich de dramatische gebeurtenissen uit najaar 1944 nog heel goed voor de geest halen. ‘Ik was 9 jaar en zat op de Bijlschool’, begint hij zijn relaas, ‘het was middag en zoals dat wel vaker ging kwam één van de oudere jongens iedereen waarschuwen: luchtalarm. Dan moesten we allemaal onder de schoolbanken kruipen. Een heel gedoe, en wat had het voor zin zeg je nu, maar het moest. Zo ook die middag. Toen het voorbij was en we naar huis konden fietste in de Voorstraat een buurjongen voorbij. ‘Je vader was er ook bij’, riep hij naar me. Grote schrik natuurlijk en thuis gekomen trof ik m’n vader aan op bed. Hij fietste benedendijks in de Ooststraat vlak in de buurt op het moment dat een bom enkele panden op de Oostdijk raakte. Hij zocht dekking in het slop van een huis. Daar was een diepe goot, door de luchtdruk werd hij erin gegooid.’
Bloedvergiftiging
Aanvankelijk leken de verwondingen mee te vallen, al bloedde hij hevig. ‘In feite had hij slechts een scherf in zijn kuitbeen’, vervolgt Waardenburg, ‘op eigen kracht is m’n vader toen naar dokter Kroese gefietst, die woonde iets verderop. Na behandeling ging vader naar huis. Wij woonden ook op de Oostdijk, iets verderop op nummer 74, dat is nu 64. Het ging echter niet goed, hij bleek bloedvergiftiging te hebben en moest naar het ziekenhuis in Rotterdam. Een gevaarlijke onderneming want onderweg kon je zomaar beschoten worden. Toen uiteindelijk iemand het aandurfde hem in een auto naar het Havenziekenhuis te brengen was het helaas al te laat en 19 november is hij overleden, slechts 35 jaar oud.’
Waardenburg liet een gezin met vrouw en vijf jongens achter, de jongste was anderhalf. Waardenburg valt even stil. ‘Wat dat voor m’n moeder geweest moet zijn, onvoorstelbaar.’ Maar ook voor de kinderen was het aangrijpend en al pratend komen de herinneringen weer boven. ‘Ik zie nog de kist in huis staan. Van de kinderen mocht alleen de oudste zoon Jaap mee naar de begrafenis. Dat was niks voor kleine kinderen. Wij stonden bij de buren in de winkel voor het raam te kijken hoe de lijkkoets voorreed. Waarom kinderen niet mee mochten, ik weet het niet, daar werd niet over gesproken. Later heb ik aan Jaap moeten vragen waar vader nu eigenlijk begraven lag.’
Schoenmakerij
Rien koestert geen wrok jegens de Engelsen. Hij zoekt even naar woorden. ‘Ach, zoiets gebeurde, het was oorlog, een vreselijke tijd. Het was een vergissingsbombardement werd later gezegd. Ik heb echter nooit kunnen begrijpen waarom de geallieerden daar bommen af zouden moeten gooien. Er stond op de Oostdijk een timmermanswerkplaats, en ernaast een woonhuis. De loods was door de Duitsers in gebruik als schoenmakerij voor Duitse oorlogslaarzen. Dat kan toch nooit een doelwit geweest zijn?’
Bij het bombardement kwamen ook Pieter Hoogvliet, die in dat huis woonde en een Duitse soldaat om het leven, mogelijk twee. Ook bij de Scheepmakershaven en op de hoek Koninginneweg/Ooststraat vielen die middag bommen. Rien Waardenburg is altijd in Oud-Beijerland blijven wonen en komt met regelmaat langs de plek waar het allemaal gebeurde. ‘Het doet me nog altijd wat’, zegt hij, ‘het is voor ons als familie altijd een aparte plek gebleven.’
Het verhaal van het ‘gat in de dijk’ wil Waardenburg graag verteld hebben, het is tenslotte een stukje Oud-Beijerlandse oorlogsgeschiedenis. ‘Er zijn niet zo heel veel mensen meer die dat nog weten of meegemaakt hebben. Er valt veel kennis weg, daarom is het belangrijk dat door te geven.’
Drie appartementen
Het is de laatste oorlogswond in de openbare ruimte van het dorp. En nu, 80 jaar na dato, zijn er plannen de open plek in te vullen. De grond is particulier eigendom en onlangs gaf de gemeente Hoeksche Waard vergunning af voor de bouw van drie appartementen. Opmerkelijk dat het gat nooit bebouwd is, vindt ook Pieter Jan in ‘t Veld van de Historische Vereniging. ‘Mogelijk uit respect voor de mensen die zijn omgekomen, al ligt dat nergens vast.’ Vanaf 1863 vestigen de timmerlieden Kornelis en Adrianus van Ekelenburg zich er. De bekende Koen Visser heeft z’n eerste palingrokerij in het onderhuis gehad. In de ‘80er jaren was er enige tijd een kinderspeelplaatsje gesitueerd.
Plaquette
Volgens een woordvoerder van gemeente Hoeksche Waard is de open plek niet vastgelegd als historisch waardevolle plek en er is voor zover bekend nooit een aanvraag voor een monument ingediend. ‘Er is een initiatief voor 3 woningen. Daarop kregen we een zienswijze, door meerdere mensen ondertekend, die onder andere te maken heeft met de oorlogsgebeurtenissen. Hierover gaan we met hen in overleg. De gemeente denkt aan bijvoorbeeld een plaquette op de gevel of een steen met informatie. Zo wordt een stukje geschiedenis van Oud-Beijerland niet vergeten.’
(tekst: Conno Bochoven)