Veteranen Teun van Rossum (l) en Jan van der Linden vertellen in het boek hun ervaringen in het verre Indie. (foto: Conno Bochoven)
Veteranen Teun van Rossum (l) en Jan van der Linden vertellen in het boek hun ervaringen in het verre Indie. (foto: Conno Bochoven)

'Sommige verhalen waren te heftig voor het boek'

Opnieuw heeft auteur Leen van Driel een uniek historisch document opgeleverd. Meer dan 70 jaar na de strijd in Nederlands-Indië schreef hij een indrukwekkend boek over de Indiëgangers uit de Hoeksche Waard. Hij hoorde en las talloze persoonlijke verhalen, brieven en ooggetuigenverslagen. 'Soms was het zo heftig dat ik het niet op mocht schrijven.'  

door Conno Bochoven

Hoeksche Waard - Het is in een paar jaar tijd het derde boek van de 76-jarige oud Oud-Beijerlander. Na zijn boek over Oud-Beijerland en de Tweede Wereldoorlog schreef Van Driel twee jaar geleden een boek over dwangarbeiders in Duitsland. 'In het nagesprek met wethouder Harry van Waveren ontstond dit idee', vertelt Leen, 'de gemeente Hoeksche Waard hecht er veel waarde aan deze verhalen vast te leggen. Ik ben al een tijdje bezig en zo kwamen we als een soort vervolg uit op Nederlands-Indië. Ik vond het meteen een uitdaging. Want er zijn in de jaren 1945-1950 zo'n 676 mensen uit de Hoeksche Waard naar die voormalige kolonie geweest voor de zogenoemde politionele acties.' Nadat de Japanse bezetters in 1945 verslagen waren grepen mensen als Soekarno het moment aan zich ook van de Nederlanders te ontdoen. 'De oorlogen liepen dus letterlijk in elkaar over', vervolgt Leen, 'het is bekend dat mensen uit het verzet zich aan het eind van de Tweede Wereldoorlog al lieten werven om Nederlands-Indië te bevrijden van de Jappen. Ze dachten dat de mensen hen als bevrijders en rijksgenoten zouden zien, maar die zagen ons inmiddels als overheersers.' Nederland stuurde daarom militairen overzee om de opstand de kop in te drukken. Eind 1949 droeg Nederland de soevereiniteit over aan de regering van Indonesië.
Van Driel: 'Vrijwel elke familie in de Hoeksche Waard had in de Tweede Wereldoorlog te maken met tewerkgestelden in Duitsland en velen maakten die spanningen weer mee, dit keer met jongens in het verre Indië. Na afloop werden ze nou niet bepaald als helden ontvangen of bedankt. En die jongens hebben wat meegemaakt hoor. Je moet je voorstellen, 18 of 19 jaar en ineens in een totaal andere wereld vol gevaren, hitte en ziektes. Velen hadden nog nooit een geweer vastgehouden. Er zaten avonturiers bij maar er zijn ook enorme trauma's opgelopen. Er werd veel naar huis geschreven, maar verkeringen raakten soms uit. Er waren jongens die zich in wanhoop van het leven beroofden. Ook de godsdienstige cultuur die ze van huis uit gewend waren werd in de tropen danig op de proef gesteld. De een had er steun aan, een ander raakte van het pad. Je werd op jezelf teruggeworpen.' Leen hoorde veel aangrijpende verhalen, soms zo heftig dat hij ze niet op mocht tekenen. Mede dankzij z'n vele eerdere contacten sprak hij veel nabestaanden, waaronder twee nog in leven zijnde Indiëgangers. 'Er gingen veel deuren voor me open, ook dankzij de hulp van historische verenigingen en Museum Hoeksche Waard. Een enkeling had al eens iets opgeschreven. Het blijft ontroerend hoe mensen je vertrouwen en dingen meegeven.'
De valkuil van het politiek oordelen heeft Leen vermeden. 'Ik heb de mensen hun verhalen laten vertellen. Maar goed of fout: het was een vuile oorlog.' Ook de vrouwen komen (bescheiden) aan bod, in hun rol als verpleegster of onderwijzeres overzee, of als KNIL-militair. Dankbaar is Leen met de steun van Ad van Liempt, bekend historicus en journalist. 'Er is voor zover bekend niet eerder een boek over de lotgevallen van mannen uit 1 streek geschreven. Van Liempt vindt deze aanpak bijzonder.' Er zijn 21 Hoekschewaarders omgekomen in die periode, door geweld, ongelukken of ziektes. Eenmaal terug thuis kostte het veel jongeren de grootste moeite zich weer onder het ouderlijk gezag te voegen en velen emigreerden naar landen als Canada. Over de lotgevallen van de Indiëgangers werd nauwelijks gesproken, hun trauma's en nachtmerries moesten ze zelf maar zien te verwerken. 'Er was weinig waardering of begrip,' besluit Van Driel, 'ze kregen op z'n best een medaille. "Wij in de kou en jullie daar lekker in het zonnetje", het werd ze gewoon gezegd.'