Verhalenvertellers Eelse Bies (links) en Bert van der Linden betogen dat de Verhalenkaravaan kan beschikken over een oneindige hoeveelheid verhalen. (foto: pr Odensehuis Hoeksche Waard)
Verhalenvertellers Eelse Bies (links) en Bert van der Linden betogen dat de Verhalenkaravaan kan beschikken over een oneindige hoeveelheid verhalen. (foto: pr Odensehuis Hoeksche Waard)

De Verhalenkaravaan doet ook het Odensehuis aan

Elk jaar trekt de Verhalenkaravaan enkele keren langs het Odensehuis Hoeksche Waard, het inloophuis voor mensen met geheugenproblemen en beginnende dementie in Oud-Beijerland. Daar krijgen de vertellers altijd een warm onthaal.

Hoeksche Waard - Eelse Bies (89) en Bert van der Linden (90), beiden uit Maasdam, vormen een duo. ,,Wij trekken altijd samen op. Als de mensen hier ons zien dan vragen ze altijd of we komen vertellen. Ze reageren enthousiast op onze aanwezigheid. Als wij hier weggaan hebben wij altijd een tevreden gevoel.''
De Verhalenkaravaan telt zes vertellers en drie aankomende vertellers die zich nog oriënteren. ,,De vertellers scholen zich ook in workshops met professionele vertellers'', aldus Eelse Bies. ,,De Karavaan is elke maand wel ergens en de vertellers komen allemaal aan de beurt. De behoefte aan verhalen blijft, wij krijgen veel verzoeken.’’ Hij stond aan de wieg van het Kortavonden, een gebruik waarmee hij kennismaakte in een gesprek over de zeden en gewoonten in de Hoeksche Waard. De geboren Drent ontwikkelde als cultuuraanjager talrijke initiatieven. Het kortavonden liep over in vertellen in de huiskamer en daaruit kwam de Verhalenkaravaan voort. Bert van der Linden meldde zich bij de huiskamersessies in de verwachting dat hij mensen zou ontvangen. ,,Eelse voegde mij toe aan de lijst met vertellers. Ik had niet zo’n hoge dunk op van mijn capaciteiten, maar ik ben er tot dusver niet uitgegooid’’, zegt hij, ,,maar wat ik doe sluit aan op de ervaringen en herinneringen van anderen.’’
Volgens Eelse vertelt Bert prachtige verhalen over wat hij heeft meegemaakt. Bert: ,,Je maakt in je leven dingen mee, dikwijls lullige dingen die je dan een beetje versiert. In de traditie van het kortavonden: het in de winter samen komen om de tijd te doden door nieuwtjes uit te wisselen. Het was de gewoonte om te verfraaien, aan te dikken en van een gewoon verhaal eigenlijk het liefst een sterk verhaal te maken. Ik kan niks verzinnen en put dus uit mijn eigen herinneringen. Zoals over mijn eerste vakantie met een ‘pipokar’ naar Rockanje, waarmee we bij het veer bij Nieuw-Beijerland bleven steken.’’
In het begin noemde Van der Linden de mensen die in zijn verhalen figureerden bij hun naam. Daarvan kwam hij terug toen hij werd aangesproken op het gebruik van een bijnaam. ,,Sinds die tijd heten alle vrouwen in mijn verhalen Lidia’’, zegt hij. Eelse en Bert hebben verschillende verhalen. Zij zeggen: ,,Iedere verteller heeft zijn eigen kracht, humor en herkenbaarheid. Allemaal zoeken wij de verbinding met onze toehoorders. Die betrekken wij ook bij onze verhalen. Er is ruimte om te