West-Leeuwenstein. (foto's: Hans Boutkan)
West-Leeuwenstein. (foto's: Hans Boutkan)

Stempel van familie Leeuwenburgh op Heinenoord

De Hoeksche Waard dankt haar bestaan aan de boeren. Na de Sint-Elisabethsvloed van 1421 bleef slechts een klein deel van het gebied droog: de St. Anthoniepolder. In de jaren daarna begonnen boeren en bestuurders met het opnieuw bedijken van het land. Rond 1435 werden onder meer het Oudeland van Strijen en de polder van Oud-Heinenoord ingedijkt. Daarmee werd de basis gelegd voor een agrarisch landschap dat eeuwenlang het karakter van onze streek bepaalde.

door Hans Boutkan

In deze special Trots op de Boer, waarin de verhalen van melkveehouders en akkerbouwers uit de Hoeksche Waard centraal staan, richten we de blik op een familie die een duidelijk stempel drukte op Heinenoord en omgeving: het geslacht Leeuwenburgh. Generaties lang bezat deze welgestelde boerenfamilie grote stukken landbouwgrond in en rond het dorp. Hun activiteiten concentreerden zich rond drie markante boerderijen: Oost-Leeuwenstein, Midden-Leeuwenstein en West-Leeuwenstein. Samen vormen deze plaatsen een tastbare herinnering aan de economische en maatschappelijke invloed van de familie. 
De familie Leeuwenburgh stond bekend als een ondernemende en vermogende boerenfamilie. Hun activiteiten beperkten zich niet tot veeteelt en akkerbouw, maar omvatten ook tuinbouw en bestuurlijke functies in de regio. In een tijd waarin boeren een belangrijke rol speelden bij het beheer van polders en dijken, namen leden van de familie regelmatig publieke taken op zich. Die invloed was ook zichtbaar binnen de kerkelijke gemeenschap van Heinenoord. Koster Marco Schurg van de Nederlands Hervormde Gemeente verdiept zich al jaren in de geschiedenis van het geslacht Leeuwenburgh. In de kerk zijn nog altijd sporen van hun aanwezigheid te vinden.
“In deze kerk liggen meerdere leden van de familie Leeuwenburgh begraven,” vertelt Schurg. “Het oudste graf dateert uit 1669 en is van de familie Van der Sijde, de voorganger van het geslacht Leeuwenburgh. Dat laat zien hoe lang deze familie al met het dorp verbonden is.” Niet alleen graven herinneren aan hun aanwezigheid. In het interieur van de kerk zijn verschillende objecten aan de familie te koppelen. Zo liet Jan Jacobus Leeuwenburgh, die ook schout van Heinenoord was, in 1771 een speciale kerkbank maken: de zogenoemde Leeuwenburghbank. Zijn zoon Pieter, destijds secretaris van Heinenoord, liet eveneens zijn sporen na. De bijbel uit 1790 ligt vandaag de dag nog steeds in het koor van de kerk. Volgens Schurg laten deze voorwerpen zien hoe nauw kerk, bestuur en landbouw vroeger met elkaar verbonden waren. “Families als de Leeuwenburghs hadden niet alleen invloed op het land, maar ook op het sociale en religieuze leven in het dorp.”

Maatschappelijke betrokkenheid
De rol van de familie beperkte zich niet tot landbouw en kerk. Ook op maatschappelijk vlak waren de Leeuwenburghs actief. Zo schonk Andries Leeuwenburgh, die tevens kerkvoogd was, alle muziekinstrumenten aan de toenmalige muziekvereniging Leeuwenstein. Deze vereniging fuseerde later met Mastlands fanfare en heet tegenwoordig Da Capo.
Het laat zien hoe families met een sterke positie in de agrarische gemeenschap vaak ook betrokken waren bij het dorpsleven. Muziekverenigingen, kerkbesturen en polderbesturen waren plekken waar landbouw, bestuur en gemeenschap elkaar ontmoetten. De mannelijke familielijn kwam uiteindelijk tot een einde toen Andries Leeuwenburgh in 1951 overleed. Daarmee verdween een familietraditie die eeuwenlang een rol had gespeeld in Heinenoord.

West-Leeuwenstein: het boerenleven van Jan de Roon
Een van de drie historische boerderijen van de familie is West-Leeuwenstein. Tegenwoordig wonen daar Jan de Roon en zijn vrouw. De Roon werkte een groot deel van zijn leven op deze plek en kent de geschiedenis van de boerderij van zeer dichtbij. “Deze boerderij komt van mijn grootouders aan mijn moeders kant,” vertelt hij. “Sinds 1752 is het al in bezit van de familie Leeuwenburgh.” Tot halverwege de twintigste eeuw was het bedrijf volledig gericht op veeteelt. “Tot aan 1956 waren we puur een veehouderij. We hielden koeien en kalveren voor zowel melk als vlees.” Daarna maakte De Roon een belangrijke keuze en schakelde hij over op akkerbouw. “In 1956 begon ik met het inzaaien van koolzaad en het verbouwen van erwten. Later kwamen daar suikerbieten en aardappelen bij, die in de aanliggende schuur werden opgeslagen.”
De overstap bracht ook een andere manier van werken met zich mee. Waar veeteelt dagelijkse en intensieve zorg vraagt, biedt akkerbouw meer ruimte voor planning en samenwerking met loonwerkers. “Ik heb het altijd naar mijn zin gehad,” zegt De Roon. “Pas vijf jaar geleden ben ik, op mijn 88ste, pas echt gestopt met werken.” Het boerenbedrijf gaf hem ook mogelijkheden buiten het land. “Doordat ik goede loonwerkers had, kon ik met mijn gezin en later met mijn vrouw mooie reizen maken. Ik ben zelfs 22 keer naar Zuid-Afrika geweest. Als veehouder was dat nooit mogelijk geweest, want dan ben je eigenlijk altijd aan het werk.” In de loop van zijn leven zag Jan de landbouw sterk veranderen. Schaalvergroting en regelgeving maakten het vak anders dan vroeger. “Er zijn steeds meer regels gekomen en bedrijven zijn groter geworden. Mijn grond zit inmiddels in een maatschap. Daarvoor krijg ik, naast mijn AOW, nog een kleine vergoeding. Maar ik had deze tijd als boer nooit willen missen.”

Oost-Leeuwenstein: van boerderij naar museum
Ook Oost-Leeuwenstein kreeg in de loop der jaren een nieuwe bestemming. Sinds 1973 is de boerderij in gebruik bij het Museum Hoeksche Waard, dat hier het agrarische en culturele verleden van de streek zichtbaar maakt. In 2004 moest het gebouw op last van de brandweer worden gesloten. Jarenlang stond de boerderij leeg, totdat de inzet van het museumbestuur en vele vrijwilligers leidde tot een grootschalige restauratie. In 2014 kon Oost-Leeuwenstein opnieuw de deuren openen. Tegenwoordig worden er tentoonstellingen gehouden die bezoekers een beeld geven van het boerenleven in de Hoeksche Waard.

Midden-Leeuwenstein: bestuur en landbouw
De derde boerderij, Midden-Leeuwenstein, was eveneens nauw verbonden met invloedrijke leden van de familie. Een van de bekendste bewoners was Adrianus Leeuwenburgh, die het bedrijf uitbreidde door extra bouwland aan te kopen. Naast zijn werk als landbouwer speelde hij een rol in het polderbestuur, de voorloper van het huidige waterschap. Daarnaast was hij secretaris en penningmeester van de polder De Oost- en West Zomerlanden. In een poldergebied waren zulke functies van groot belang, omdat goed waterbeheer direct invloed had op het succes van de landbouw. Zijn zoon Jan Leeuwenburgh zette deze traditie voort. Naast zijn werk als bouwman bekleedde hij verschillende bestuurlijke functies, waaronder die van dijkgraaf van de polder Oud-Heinenoord. Na 1914 werd Midden-Leeuwenstein verhuurd. Tegenwoordig woont en werkt landbouwer Halko Biesheuvel op de historische hoeve, waarmee de agrarische traditie op deze plek wordt voortgezet.

Een blijvende erfenis
Hoewel de naam Leeuwenburgh tegenwoordig nog maar zelden voorkomt in de regio, is hun invloed nog altijd zichtbaar. In de kerk van Heinenoord, in de geschiedenis van lokale verenigingen en in de drie boerderijen die hun naam dragen leeft hun verhaal voort. De geschiedenis van de familie laat zien hoe landbouw, gemeenschap en geloof eeuwenlang nauw met elkaar verweven waren in de Hoeksche Waard. Boeren waren niet alleen voedselproducenten, maar ook bestuurders, initiatiefnemers en dragers van het sociale leven in hun dorp. Met Oost-, Midden- en West-Leeuwenstein als stille getuigen blijft de nalatenschap van de familie Leeuwenburgh onderdeel van het landschap: een herinnering aan een tijd waarin boerenfamilies niet alleen het land bewerkten, maar ook het gezicht van de gemeenschap vormgaven.

Oost-Leeuwenstein, onderdeel van Museum HW. Recht daarachter het Hof van Assendelft, hoofdgebouw van het museum.
Midden-Leeuwenstein.
Koster Marco Schurg wijzend naar de bijbel van Pieter Leeuwenburgh.