
Over Alexandrijnse klaver, huttentut, niger en wikken
Eten is van levensbelang! Dat trof John den Besten weer eens toen hij in Het Kompas van 30 april het artikel over de hongerwinter las. Zijn moeder en twee ooms gingen destijds naar een boerderij vanuit de stad om aan te sterken. Hij ging eens op bezoek bij de biologisch dynamische boerderij van de familie Van de Erve.
door John den Besten
Goudswaard - Daar telen ze gewassen als aardappelen, uien, peen, kroten en pompoenen, aan de Nieuwendijk 19, net binnen de gemeentegrens van Goudswaard: Peter en Aga en hun drie zoons. De boerderij is oud, ze hebben de exacte bouwgegevens niet, maar het moet ergens rond het jaar 1800 zijn. Peter is de vijfde generatie die er boert. En hoe ouder een gebouw, hoe meer de geschiedenis die er is ontstaan natuurlijk. Zo heeft in 1953 tijdens de ramp het water tegen het plafond gestaan op de begane grond, toch bijna 3 meter hoog. Het water heeft veel zout achtergelaten in de grond. En dat is voor landbouwgrond een groot nadeel. Blijkbaar wist men toen al hoe dat probleem aan te pakken, men strooide intensief met kalk en zo kon het zout geneutraliseerd worden. Voor '53 werkte men volop met paarden, die verdronken tijdens de watersnoodramp. Daarna is men overgestapt op mechanisering. Echt een omslagpunt. Zonder tractoren, zaai- en wiedmachines zou het bewerken van ongeveer 60 hectaren, deels eigendom en deels gepacht natuurlijk onmogelijk zijn. Zeker in de biologische landbouw.
Teelt in stroken
Vroeger was het een fruitbedrijf, Peter en z'n broer hebben zich later opgesplitst en Peter is overgestapt op landbouw. Z'n broer teelt biologisch peren. De aardappelen zijn gepoot, de erwten zijn gezaaid, peen, kroten, pompoenen en dit jaar ook sojabonen komen nog. In een tijd waarin we weleens denken alles te kunnen sturen is men in de landbouw en veeteelt toch héél afhankelijk van het weer. Peter heeft daarin wel een aanpak gevonden. Onder andere door in stroken te telen. Stroken gewas van drie meter breed en daartussen smalle rijpaden. De tractor is op een spoorbreedte gebracht van 3 meter en 20 centimeter en rijdt dus keurig langs de gewassen. Ze worden niet beschadigd, het scheelt wat zaai- en pootgoed en de structuur van het land wordt nauwelijks verstoord. Vooral het dichtrijden van land door de zware machines heeft invloed op de water - en luchthuishouding, daardoor ook op het bodemleven. De grond moet zo 'levendig' mogelijk zijn wat direct invloed heeft op de groei en opbrengst van de gewassen. In dat opzicht is de pendelaar heel belangrijk, het woord zegt het al, deze worm leeft 'verticaal', graaft zich een weg van boven naar beneden en vice versa. Daardoor ontstaan er ontelbaar veel kanaaltjes die lucht en water kunnen transporteren. En de paden waarop de tractor rijdt zijn lekker vast, je kunt ook bij nattigheid eerder het land op en ook langer doorrijden in het seizoen. En dat is hard nodig! De grootste bedreiging, uitdaging, bottleneck en tijdsinvestering is toch echt het onkruid! De pas ingezaaide gewassen, de gepootte aardappels komen nog maar nauwelijks uit de grond piepen maar het onkruid dus ook. Het is echt een strijd. En die is niet alleen mechanisch te voeren, onkruid houdt zich niet netjes aan de ruimtes tussen de gewassen maar nestelt zich ook vlak naast het gewas. Snoept vocht, voedingsstoffen en bij groot worden ook licht weg van het gewas. Dus worden er ook volop mensen ingezet.
Bezieling
En die arbeid is behoorlijk duur. Maar ook onmisbaar. Al zijn aardappelen, waarvan de plant lekker doorgroeit, bodembedekkend, uien is een zogenaamde open gewas, ontwikkelt loof zonder blad en daarbij blijft het onkruid dus welig tieren. Naast de hoofdgewassen heeft Peter twee zogenaamde vogelakkers ingezaaid. Een rijke mix van kruiden, haver, veldbonen en luzerne. Dit trekt ontzettend veel insecten aan, vogels komen erop af en het is, tweejarig van karakter, zo opgezet dat als er een gewas wordt geoogst, bijvoorbeeld de luzerne, de insecten en vogels weer kunnen 'overstappen' op de andere soorten. Je merkt bij Peter echt de bezieling om zo met de natuur bezig te zijn. En het kan ook. Ook door de grond rijk te bemesten, na de oogst van de gewassen in augustus en september, met de zogenaamde groenbemesters. Deze worden niet geoogst maar verwerkt, soms eerst versnipperd, in de grond door ze onder te ploegen. En weer wordt hierdoor de structuur, vochthuishouding en het dierlijk leven verbeterd. Prachtige namen als Alexandrijnse klaver, huttentut, vlas, niger, tillage radish en wikken komen voorbij. Als je zo het bedrijf, de struggles, de instelling van Peter en Aga voelt krijg je echt bewondering voor hun idealen maar ook doorzettingsvermogen! Want de afzet loopt maar is ook altijd onzeker. Biologisch wordt nog niet in grote getale door afnemers, supermarkten en consumenten gewaardeerd. Het blijft een probleem om het succesvol in de markt te zetten. Veel, ooit bedachte regeltjes, vormen forse beperkingen. Een pompoen moet zo 800 gram zijn tot 1 kilo, moet perfect van vorm zijn en mag geen plekjes hebben. En dat geldt voor bijna alles. Zie de krootjes in de supermarkt, voorgekookt en ingeseald. Een pond bevat 5 a 6 mooie ronde bietjes. Terwijl sommige rassen kroten knollen kunnen vormen die wel een kilo wegen. En hetzelfde smaken. Peter en Aga denken erover om hier bijvoorbeeld sap van te maken. Maar daar komt heel wat bij kijken. Eigenlijk weten we allemaal wel dat biologisch gezonder is, meer smaak bevat en dat de teelt ook veel beter is voor de grond en de lucht die we dagelijks inademen. Ondertussen is de gang naar de supermarkt het gemakkelijkst. Dus lokaal kopen, seizoensgebonden producten eten is echt voor alles en iedereen wat gezondheid betreft beter en geeft ook een minimale belasting van onze leefomgeving. Tomaatjes uit Tunesië is toch wel bizar eigenlijk, of aardbeien midden in de winter.
Bijdrage verantwoord produceren
De Menopper, wel een beetje Peters favoriete aardappel, beroemd om z'n smaak, te koop bij familie Van de Erve. Evenals peen, kroten, uien en pompoenen. De meest verse producten zijn er natuurlijk na de oogst en augustus en september. Geniet van de smaak, bewonder het bedrijf en weet dat u dan ook uw bijdrage levert aan biologisch en verantwoord produceren. Sinds een paar jaar wordt intensief samengewerkt met een veehouderij in Delfsgauw, uiteraard biologisch, en dat biologische gewassen als luzerne naar de koeien gaat en de biologische mest van de koeien naar Goudswaard om de gewassen te voorzien van voedingsstoffen. Dat is dus circulair en een prachtige kringloop waarbij alle negatieve bijeffecten voor de natuur zijn uitgeschakeld.
Als je zon bedrijf ziet krijg je bewondering voor hun idealen en doorzettingsvermogen

