Bruine kiekendief.
Bruine kiekendief.

De bruine kieken zijn er weer!

Net als Gerard Ouweneel, schrijver van het boek “Op bruine kieken raakt niemand uitgekeken”, heb ik al vanaf mijn jeugd een fascinatie voor deze roofvogel.

door Cees Mesker

Opgegroeid in de Alblasserwaard langs de Lek, op een kwartiertje afstand van de Zouweboezem met zijn purperreigers, roerdompen en toen nog woudaapjes, spijbelde ik op weg naar school in Utrecht. In die tijd, we praten over de jaren zestig van de vorige eeuw, waren roofvogels op hun dieptepunt in Nederland. Buizerds zag je vooral in de winter, soms in muizenrijke jaren aangevuld met blauwe kiekendieven en andere roofvogels van elders. Maar laag over de rietvelden van de Zouweboezem vloog in het voorjaar een vogel, in een zwakke V-vorm, op zoek naar voedsel: de bruine kiekendief. Twee of drie paren broedden er in die tijd en soms lukte het de locatie van het nest te traceren, wanneer een prooi werd overgedragen aan het vrouwtje dat van het nest omhoogvloog.

Hoeksche Waard
Na mijn verhuizing naar de Hoeksche Waard in 1977 bleek dat ook hier de broedpopulatie van bruine kiekendieven niet heel groot was. Nestlocaties waren vooral langs de randen van de Hoeksche Waard te vinden. De rietvelden langs de Oude Maas, de Korendijkse Slikken, op Tiengemeten en langs het Haringvliet zijn geschikt voor broedende kieken. Genoeg over het verleden, terug naar het heden. Het is eind maart 2026 en bij ons rondje polder vanuit de Mookhoek spot ik samen met mijn vrouw Annemarie vier bruine kiekendieven, jagend over de kale akkers en langs de randen van de kreekoevers. Bijzonder dat ze snel in de buurt te vinden zijn van territoria uit voorgaande jaren. Het wachten is nu op de baltsvluchten en geluiden hoog, een fantastisch schouwspel.

Nieuwe natuur
Dat we nu in veel polders binnen de Hoeksche Waard weer jagende bruine kiekendieven kunnen waarnemen, heeft vooral te maken met de herinrichting van de kreken in onze polders. Dertig jaar geleden was de tijd rijp om nieuwe natuur langs de kronkelende kreken aan te leggen. Er kwamen plannen, er was geld en een breed draagvlak, waarbij ook Hoekschewaards Landschap een belangrijke rol heeft gespeeld als aanjager en later bij het beheer van de nieuwe krekennatuur. Waar decennialang kreken direct grensden aan akkers met graan en aardappelen, is er nu vaak een brede strook met natte oevers, rietkragen, eilandjes en natte weilanden. De natuurlijke oevers trekken veel nieuwe gasten, waaronder kleine karekiet, blauwborst, Cetti's zanger en waterral. En dus ook de bruine kiekendief, die niet eens zoveel rietoppervlakte nodig heeft om een nest te bouwen. Voor mij is het voorjaar nu echt begonnen!

Een bruine kiekendief jong.