
De Mantelzorgmakelaar vertelt…
Elke maand, op de tweede woensdag, vertelt mantelzorgmakelaar Ila Hensen in een column voor Het Kompas over haar veelzijdige beroep. Vandaag is het onderwerp: 'Over liefde, zorgen en loslaten'.
Hoeksche Waard - 'Mensen die voor een naaste zorgen en mij bellen voor ondersteuning, vertellen graag hun verhaal. Voor wie ze zorgen, bij welke instanties ze zijn geweest voor ondersteuning en hoe moe ze zijn van het gedoe om zorg voor hun geliefde te regelen. Ik hoor het aan de manier waarop ze hun verhaal vertellen. Ik luister en stel vragen om inzicht in de mantelzorgsituatie te krijgen. ‘Wat een vertrouwen krijg ik toch’, denk ik vaak.
Veel inleveren
Naast haar werk zorgt Jacqueline al jarenlang voor haar man Frank die MS heeft. Frank was altijd ondernemend en sportief; hup, de natuur in om te fietsen of te wandelen. Maar zijn ziekte heeft daar een streep door gezet. Zijn wereld is klein geworden. Het doet Frank dan ook goed als er een vriend langskomt. In plaats van te wielrennen, zitten ze nu aan de keukentafel heel wat af te praten en te lachen.
Frank geniet met volle teugen van het bezoek, maar de volgende dag is hij helemaal op. Jacqueline weet dat en probeert hem voor te veel inspanning te behoeden: ‘Is het nu wel verstandig dat John morgen komt, je weet dat je daarna een dag op bed ligt’. ‘Ik lever al zo veel in, Jacqueline, ik ben blij wanneer mijn vrienden langskomen, dan maar een dag op bed.’ Die discussie voeren ze niet voor de eerste keer. Het is moeilijk, want beide perspectieven zijn begrijpelijk.
Afscheid nemen
Ik denk aan mijn goede vrienden Helena en Sjors. Helena bevindt zich in de terminale fase van kanker en haar partner Sjors zorgt liefdevol voor haar, waarbij hij de medicatie scherp in de gaten houdt om haar comfortabel en pijnvrij te houden. Helena weet dat ze niet lang meer te leven heeft, maar blijft geïnteresseerd in het wel en wee van haar kinderen, kleinkinderen en vrienden. ‘Sjors zorgt zo goed voor me, hij is zo geduldig’, zegt ze, ‘maar het is ook zwaar voor hem’.
Tijdens een van mijn bezoeken, zegt ze plotseling: ‘Ik wil naar een hospice’. Sjors schrikt, hier is hij niet op voorbereid. Hij kan zijn emoties nauwelijks bedwingen.
Het lijkt wel of het nu pas tot hem doordringt dat ze écht gaat overlijden. Terwijl Helena juist zo goed beseft dat de zorg zwaarder wordt en dat wil ze Sjors besparen. Ik neem afscheid en ga naar huis om de hospice te regelen. Ze heeft nog een week intens geleefd met allen die haar zo lief waren.
Vroeg of laat krijgt iedereen met mantelzorg te maken, of je nu zorgt of verzorgd wordt. Dat een mantelzorger en degene voor wie wordt gezorgd de situatie anders ervaren, is niet erg. Wat telt is dat je naar elkaar blijft luisteren.'