
Bloemenman Mees stopt na 45 jaar: ‘Kwaliteit, dát willen ze hier’
Actueel 1.840 keer gelezenNieuw-Beijerland - En of de klantjes hen gaan missen op de weekmarkt van Nieuw-Beijerland. Na 45 jaar zwaaien Mees en Lia Storm zaterdag 27 september de Filopopers gedag. Dan staan de bloemenverkopers echt voor het allerlaatst met hun fleurige bloemenstal. Maar er komt een andere bloemist. Die staat in grote schoenen. ‘Nieuw-Beijerlanders willen vooral kwaliteit’, weet Mees.
Sinds 1978 is de familie Storm uit Monster in het Westland te vinden op de zaterdagse weekmarkt in Nieuw-Beijerland. ‘Eerst deed m’n broer het, vanaf 1980 heb ik het overgenomen’, weet Mees nog goed. De vriendelijke en goedlachse bloemenman moest wel even nadenken: een verhaal in de pers, is dat nou wel zo nodig? Nou vooruit, toch wel leuk misschien.
Mees stamt uit een bloementelersgeslacht. Zo vlak aan zee had z’n vader een bloemenkwekerij en als kind groeide je dan vanzelf mee in het bedrijf. ‘Naast het kweken zijn er van lieverlee de markten bijgekomen’, vertelt Mees, ‘we hadden er meerdere, later bleef alleen Nieuw-Beijerland nog over maar we gaan hier dus ook stoppen. Zaterdagmorgen 27 september staan we echt voor het laatst.’
‘Markt Nieuw-Beijerland, klein maar fijn’
Dat zal zeer doen, want ze hebben innige banden met het kleine dorpje aan het Spui. ‘We hebben het hier altijd heel leuk gevonden’, glimt Storm, ‘echt, zoveel fijne contacten. Die markt hier is maar klein maar heeft een speciale sfeer.’
Wie zolang met z’n handel op dezelfde plek staat heeft uiteraard een vaste klantenkring. ‘Oh ja, ze komen uit de hele omgeving’, vervolgt Storm, ‘tot aan Spijkenisse toe. We staan met bossen bloemen, maar doen ook veel op bestelling, boeketten vooral. Mensen bellen of mailen dan donderdag of vrijdag en dan zorgen wij dat het er zaterdag is.’
Het mooie van het vak vindt Mees niet alleen de veelzijdig- en veelkleurigheid van z’n waren, ook de wisseling van de seizoenen is boeiend. ‘Dan heb je steeds andere producten in het assortiment, in het voorjaar bijvoorbeeld de tulpen en in de herfst die specifieke herfstkleuren. Het verveelt nooit.’
Half vier uit de veren
Het is elke zaterdagochtend komen en gaan van klantjes bij de bloemenstal. Want: bij Storm koop je kwaliteit. ‘Dat is wat ze hier willen’, knikt Storm, ‘en dat bieden we, anders houd je het niet zolang vol denk ik.’ Wie in de bloemenhandel gaat moet er niet tegenop zien vroeg uit de veren te komen. Half vier begint de dag ‘s zaterdags. Eerst thuis de bloemen inladen en dan in Nieuw-Beijerland opbouwen. Storm: ‘We zijn hier al om zes uur ‘s morgens. Meestal zijn we aan het eind van de ochtend zo goed als leeg. Wat overblijft brengen we vaak naar een verpleeghuis of hospice in de buurt, tot aan Brabant toe.’ Met een big smile: ‘Dat wisselen we af, anders gaan ze op je rekenen.’
Elke zaterdag zijn ze paraat en hebben ze dus meermaals alle weertypes voorbij zien komen. ‘Zeker, de kraam is weleens bijna weggewaaid’, weet Mees nog goed. Met alle negatieve publiciteit over chemicaliën op de bloemen heeft Storm niet zoveel op. ‘De media dikken dat nogal eens aan. Kwekers zijn echt steeds meer biologisch bezig en de veilingen zijn heel streng.’
Bloemenstal is een begrip
Het echtpaar betreurt het dat er geen opvolging is. De zoon ziet het niet zitten en hun dochter woont in het verre Malawi. Ze zijn de 65 gepasseerd en de jaren gaan tellen. ‘Het is mooi geweest, we hopen nog een beetje te kunnen gaan reizen. Naar Afrika naar onze dochter bijvoorbeeld. Maar Nieuw-Beijerland gaan we echt missen.’ Dat missen geldt zeker voor twee dames die net een prachtig boeket afrekenen. ‘De bloemenstal is een begrip hier. Zulke aardige mensen, en altijd goeie spullen, erg jammer dat ze stoppen. Maar na zoveel jaar gun je hen dat toch?’ ‘Als het moest kwamen ze de bloemen zelfs bij je thuis brengen’, valt een man bij.
Ook collega marktman Kees Nobel van de viskraam betreurt het vertrek. ‘Fijne lui en ze zijn beroemd om hun kwaliteit. Gelukkig blijft er een bloemenkraam, bloemist Jan in ‘t Veld neemt het stokje over.’
(tekst: Conno Bochoven)















