Dijkgraaf Jan Bonjer. (foto: Remie Kranendonk)
Dijkgraaf Jan Bonjer. (foto: Remie Kranendonk)

‘Dijken zijn sterker dan ooit, maar we laten ons niet in slaap sussen’

Algemeen 771 keer gelezen

Regio - ‘Onze dijken zijn sterker dan ooit, maar toch laten we ons niet in slaap sussen’, zegt dijkgraaf Jan Bonjer. ‘Want 70 jaar na de Ramp van 1953 moeten we nog steeds waakzaam zijn.’ Waterschap Hollandse Delta laat daarom dit bijzondere herdenkingsjaar niet ongemerkt voorbijgaan.

De datum 1 februari 1953 staat bij veel families in het geheugen gegrift vanwege alle ellende en verdriet die hen toen is overkomen. Zelf is Bonjer geboren in 1957. ‘Ik ben dus van ‘na de Ramp’, zoals ze dat bij ons op de Zuid-Hollandse eilanden zeggen.’

Toch kent hij de gevaren van het water goed. In 1995 woonde Bonjer met zijn gezin in Heukelum aan de Linge, het rivierengebied waar in dat jaar grote delen overstroomden. ‘Het bleef voor ons bij overlast en ongemak, maar we hadden geen grote schade, zoals in Limburg. Maar er rinkelde wel een alarmbelletje dat waterveiligheid niet vanzelfsprekend is.”’ 

Rivieren krijgen de ruimte

Inmiddels is er langs grote rivieren als de Maas en de Waal meer ruimte gekomen om water op te vangen om overstromingen te voorkomen. Na de watersnood in Limburg van 2021 volgde de lakmoesproef. Het toonde aan dat het systeem werkt. ‘Wij hebben in de Hollandse delta nauwelijks last gehad van het overtollige water dat vanuit Limburg naar zee werd afgevoerd.’
Dat werd keurig opgevangen in de Noordwaard bij Werkendam. Toch kunnen we niet achteroverleunen. Het water komt nu van alle kanten: van de zee, van de rivieren en als neerslag uit de lucht. En dat vraagt volgens Bonjer om een heel andere benadering. ‘Dat is een groot verschil met 1953, toen het water alleen van zee kwam.’

Het water komt van alle kanten

In 1992 en 1995 traden de grote rivieren buiten hun oevers, omdat ze het smeltwater uit het achterland niet konden verwerken. En de watersnoodramp in Limburg kwam als een waterbom uit de lucht vallen. ‘Tot in de vorige eeuw dachten we hoofdzakelijk in technische oplossingen. Nu naderen we de grenzen van de maakbaarheid van onze leefomgeving en zullen we steeds meer de natuurkrachten moeten erkennen en benutten.’
Het waterschap zal zich nadrukkelijk mengen in de strijd om de ruimte die daarvoor nodig is. ‘Wij willen dat er voldoende ruimte blijft voor toekomstige versterkingen.’ Bonjer voelt zich gesterkt door recent historisch onderzoek van Lotte Jensen naar waterbeheer.

Bouwen met de natuur

‘Zij trekt de conclusie dat er door de eeuwen heen altijd sprake is geweest van een drie-eenheid: pionieren, samenwerken en innoveren. En daar zijn we nu volop mee bezig.’ Als voorbeeld noemt hij de Springertduinen bij Ouddorp. Daar heeft Hollandse Delta samen met Natuurmonumenten een begin gemaakt om de duinen hun bewegingsruimte terug te geven. Niet de mens, maar de wind zal het zand verder het duingebied in brengen. Zo kunnen de duinen weer groeien in de hoogte, maar vooral ook in de breedte. ‘Dat is nodig voor onze veiligheid met het oog op de toekomstige zeespiegelstijging.’ Ook zeldzame diersoorten en specifieke duinplanten kunnen zich dan herstellen.

Herdenking van de Ramp

Het waterschap wil de herdenking van 70 jaar watersnood benutten om zo veel mogelijk inwoners waterbewust te maken. Bonjer: ‘We werken daarom mee aan plaatselijke activiteiten op alle eilanden, zoals tentoonstellingen in Zuidland, Strijen, Ridderkerk en Hendrik-Ido-Ambacht.’ 
Daarnaast ondersteunt Hollandse Delta een audiotour door het westelijk deel van de Hoeksche Waard en een bustocht in het getroffen watersnoodgebied rond Strijen. Verder heeft het waterschap een bijdrage geleverd aan de historische waterwandelingen door Dordrecht en Oude-Tonge die bij de tv-serie ‘Het water komt’ horen.

Alle herdenkingsactiviteiten van waterschap Hollandse Delta vind je op: www.wshd.nl/1953

Uit de krant