
Staatsbosbeheer bindt strijd aan met Japanse duizendknoop
Algemeen 1.607 keer gelezenHoeksche Waard - In veel delen van Nederland kampen we met de schadelijke gevolgen van de Japanse duizendknoop. Zo ook in de Hoeksche Waard. Deze invasieve plant uit Oost-Azië woedt al jaren in Natura-2000 gebieden zoals het Barendrechtse Bruggenhoofd, Kuipersveer en de Geertruida Agathapolder. Langs de Oude Maas vormt de Japanse duizendknoop een bedreiging voor de biodiversiteit. Het bestrijden van deze woekerende plant is echter niet eenvoudig, en vraagt om het gebruik van speciale technieken.
Woekerende wortels
De Japanse duizendknoop (Fallopia japonica) is een vaste plant en kan tot wel vier meter hoog worden. Op het eerste gezicht lijkt het een onschuldige plant, maar niets is minder waar. Metersdiep onder de grond heeft deze plant wortelstokken met veel vertakkingen en knopen. Uit deze knopen groeien steeds nieuwe zijtakken met bladeren. Zo kan de Japanse duizendknoop zich in een rap tempo verspreiden. Oorspronkelijk was deze groeistrategie nodig om te overleven in het ruwe vulkaanlandschap van Japan. Op het platteland van Nederland heeft deze plant echter vrij spel. Met gemak verdringt en overschaduwt het belangrijke inheemse planten zoals spindotterbloem en zomerklokje.
Zorgvuldige bestrijding
Voor het bestrijden van de Japanse Duizendknoop is een lange adem nodig. Je kunt de plant niet simpelweg maaien. Sterker nog, dan vergroot je juist de kans op verspreiding. Bestrijdingsmiddelen zoals glyfosaat zijn ook geen goede oplossing, want deze middelen zijn schadelijk voor de inheemse natuur. Goede bestrijding vergt dus een zorgvuldige aanpak. Het is belangrijk dat hierbij gekeken wordt naar de kenmerken van het gebied waar deze invasieve exoot groeit. Het ene gebied is namelijk kwetsbaarder of moeilijker bereikbaar dan het andere.
Uitsteken en verstikken
Binnen de eerdergenoemde natuurgebieden van Staatsbosbeheer is bij kwetsbare delen gekozen voor handmatig uitsteken. Hierbij wordt het plantmateriaal, inclusief wortels, in grote zakken met de hand het gebied uitgedragen en vervolgens afgevoerd naar een erkende verwerkingsplek. Tijdens het groeiseizoen wordt er gecontroleerd op nieuwe scheuten, waarna deze opnieuw uitgestoken en afgevoerd worden.
Deze methode vergt veel handwerk en moet meerdere keren herhaald worden, maar heeft als voordeel dat kwetsbare natuur in de omgeving zo min mogelijk beschadigd raakt. Bij andere gebieden is gekozen voor de verstikkingsmethode. Bij deze techniek wordt de Japanse duizendknoop afgedekt met een speciaal doek waar deze niet doorheen kan groeien. Daar bovenop wordt een dikke laag grond gestort, zodat de plant verstikt. Het voordeel van deze techniek is dat het maar eenmalig uitgevoerd hoeft te worden.
‘Het bestrijden van de Japanse duizendknoop is dus van belang voor het beschermen van belangrijke inheemse soorten. Het is echter geen eenvoudig proces en moet zorgvuldig gebeuren. Met deze werkzaamheden hoopt Staatsbosbeheer dat de Japanse duizendknoop wordt teruggedrongen zodat de inheemse natuur niet langer bedreigd wordt door deze verdringende plant’, aldus boswachter Vera Willemsen.
















