De passie van Meeuw van Rotterdam: tekenen in het vrije veld. Een groot kunstenaar is heengegaan. (foto's: Stichting Oud-Puttershoek)
De passie van Meeuw van Rotterdam: tekenen in het vrije veld. Een groot kunstenaar is heengegaan. (foto's: Stichting Oud-Puttershoek)

Expositie Oud-Puttershoek: De Meeuw is weggevlogen…

Algemeen 2.057 keer gelezen

Puttershoek - Op 2 februari overleed de bekende tekenaar Meeuw van Rotterdam. Hij werd 94 jaar. Als ode aan hun oud-dorpsgenoot wordt zaterdag 7 december door Stichting Oud-Puttershoek een tentoonstelling over zijn werk gehouden, met de titel “De Meeuw is weggevlogen…”, verwijzend naar de tekst op zijn rouwkaart: “De kunstenaar is heengegaan, de Meeuw is weggevlogen.”

In de tentoonstelling zijn enkele onbekende stukken opgenomen, zowel uitgeleend door particulieren als uit de grote privéverzameling, door zijn levenspartner Bert Lawende beschikbaar gesteld. Maar Meeuw van Rotterdam was meer dan een geweldig tekenaar, hij had vele talenten…

Jong talent

Meeuwis van Rotterdam werd op 8 november 1929 geboren in een gezin met 10 kinderen; 6 jongens en 4 meisjes. Op de lagere school werd al snel zijn tekentalent ontdekt. Zijn onderwijzer op de Rehobothschool gaf hem alle gelegenheid om na schooltijd rustig te blijven tekenen, immers in een gezin met tien kinderen valt dat niet mee! Na de lagere school ging Meeuw naar de Mulo in Dordrecht. Daar kwamen ook zijn andere talenten naar boven: muziek maken en verhalen schrijven. 
Van een oom kreeg hij een accordeon te leen, waar hij snel mee overweg kon. Maar hij vond het maar een surrogaat instrument. Hij droomde van het bespelen van een heus kerkorgel. Toen op een gegeven moment de vaste organist van de gereformeerde kerk in Puttershoek weigerde naast psalmen ook gezangen te gaan begeleiden, werd Meeuw zijn droom werkelijkheid en werd hij de vaste organist. Hij bespeelde vanaf 1953 tot 1970 het kerkorgel. Ruim 40 jaar was hij organist, eerst in Puttershoek, later in het Gelderse Kerkdriel.

In 1953 begon hij enthousiast te tekenen, te schilderen, te musiceren en te schrijven. Dat laatste bracht hem succes. Kinderverhalen van Meeuw werden gepubliceerd in het Rotterdammer kwartet, een groep van vier dagbladen die verschenen in Rotterdam, Den Haag, Leiden en Dordrecht. Later werd zijn kinderboek “Het verlaten kasteel” uitgegeven door hem zelf geïllustreerd. Verder verschenen er toneelspelen van zijn hand, onder zijn regie ook uitgevoerd in Puttershoek.

Naar de academie

Maar welke richting moest hij uit. Net als zijn oom dominee worden? Ter voorbereiding hiervoor bracht hij na de Mulo enkele jaren op het Marnix-gymnasium in Rotterdam door. Toen bedacht Meeuw zich. Géén predikant!! Hij sloot zijn studie af en zocht zijn heil in het kantoorleven en de Fokkerafdeling in Dordrecht werd zijn werkgever. Tevergeefs! Op zekere dag in 1953 zette hij abrupt een punt achter zijn kantoorbaan. Midden op de dag stapte hij op en zei tegen zijn collega’s: “Vaarwel, ik kom hier nooit meer terug.”

In 1957 kreeg Meeuw een atelier aan het Weverseinde in Puttershoek, gevestigd pal naast zijn oude Rehobothschool. Meeuw maakte daar o.a. een schitterend zelfportret. Maar hij wilde meer. De toenmalige burgemeester Van der Ploeg bracht uitkomst; hij kende Meeuw een studiebeurs toe. Dat opende de weg naar de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen. Die tijd in Antwerpen werd bijzonder leerzaam en rijk aan levensvreugde. 
Hij bewoonde met de Zwijndrechtse kunstschilder Kees Stoop het hoogste atelier van Antwerpen, aan de Schelde gelegen en 117 treden hoog. Met enkele andere Belgische kunstenaars werden zwerftochten in de omgeving van Antwerpen ondernomen. Kleine dorpjes werden aangedaan. Dorpjes waar altijd wel een kerkje te vinden was. En dat was iets kostelijks voor Meeuw. Hij stapte dan zo’n kerkje binnen, kroop achter het orgel en liet het jubelen. Zijn vrienden luisterden dan. Soms kwam de pastoor ook luisteren naar het feestelijke orgelspel. Dat waren rijke momenten. Ja, het was een mooie tijd.

Vrij kunstenaar

Na de Antwerpse tijd was er een korte Duitse tijd. Al liftend schoof de kunstenaar het ijzeren gordijn vaneen en stapte Oost-Berlijn binnen. Daar ging hij tekenen. Dat was gevaarlijk. Het mocht namelijk niet. Hij was gewaarschuwd. “Ik heb het er toch maar in gedaan”, vertelde Meeuw. “ ‘t Was gevaarlijk. Maar ach, het is overal gevaarlijk. Ben je mal.” En zo tekende hij in de Oostzone.

In oktober 1958 vestigde hij zich als vrij kunstenaar in de Wijnstraat te Dordrecht. En toen kwam Bert Lawende in beeld. De in 1937 geboren Bert was journalist en woonde in Dordrecht. Als journalist bracht hij Meeuw in 1959 een bezoek voor een interview in het plaatselijke dagblad De Dordtenaar. Al snel ontstond er een hechte vriendschap die 65 jaar duurde, tot aan zijn overlijden. 
Samen maakten Meeuw en Bert talrijke werkreizen in binnen- en buitenland, resulterend in grote collecties tekeningen en foto’s van Bert Lawende, die zich ook ontwikkelde tot fotograaf. Samen hebben zij met hun werk verschillende exposities gehouden.

In 1973 verhuisden Meeuw van Rotterdam en Bert Lawende naar Rossum, na eerst nog enkele jaren in Rijswijk te hebben gewoond en gewerkt. Jarenlang kruisten zij elk voorjaar door Frankrijk. Daarna kwamen Sicilië, Portugal en Griekenland aan de beurt. In Griekenland werkten zij op ongeveer 30, vooral kleine, rustige en nog authentieke eilanden. 
Op vele tentoonstellingen waren de reistekeningen te zien: in Amsterdam, Bruchem, Dordrecht, Eindhoven, ’s-Hertogenbosch, Hurwenen, Leidschendam, Nederhemert, Oisterwijk, Oss, Rossum, Rijswijk (NB), Tiel, Zaltbommel en in de galerie van de bekende fijnschilder Henk Helmantel in het Groningse Westeremden.

In 1974 openden Meeuw en Bert hun eerste gezamenlijke tentoonstelling in hun woonplaats Rossum, die werd geopend door de Dordtse literator Cees Buddingh. Behalve tekeningen uit de Bommelerwaard, was ook werk uit andere delen van Nederland, uit Frankrijk en uit het Eifelgebied in Duitsland te bewonderen. 
Verder verscheen in 1987 bij uitgeverij Gaade het boek “Pentekeningen”, waarin ook een hoofdstuk aan Meeuw van Rotterdam werd gewijd. In de loop der jaren verschenen er honderden tekeningen van hem in de krant.

Opdrachten

Heel bekend is vooral de serie van 25 pentekeningen uit 1966, in opdracht van de gemeente Puttershoek, voorafgaande aan het afbreken van het gehele Weverseinde en omliggende huizen. De serie werd aanleiding om het boek “Verdwijnend Puttershoek” uit te geven, door C.L. van Es van der Have. In 1988 kreeg Meeuw de opdracht van de gemeente Rossum een vijftal tekeningen te maken van karakteristieke plekjes in de gemeente. En dat sprak hem erg aan. “Wat in Rossum voor mij heel fijn is, dat is de ruimte. Als ik hier naar buiten ga om naar de dijk te wandelen, is er geen stoplicht of iets dat me tegenhoudt. Je bent hier vrij zo ervaar ik dat. En het is natuurlijk heel leuk dat de gemeente dan juist van mij een aantal tekeningen wil hebben. En nu de opdracht definitief is, ben ik al naarstig aan het zoeken naar plekjes die karakteristiek zijn,” aldus de Rossumse graficus destijds.

Een veelzijdig kunstenaar is heengegaan…

De unieke tentoonstelling “De Meeuw is weggevlogen” is te zien op zaterdag 7 december in het Jaap Hoogvlietmuseum aan de Kastanjelaan 2 in Puttershoek en is geopend van 10.00-16.00 uur. De toegang is gratis. Het geven van een donatie staat vrij.

(tekst: P.L. Schram, stichting Oud-Puttershoek)

Afbeelding
Een van de kinderboeken van zijn hand.
Zelfportret eind jaren '50.
Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie

Uit de krant