
Groot Koninkrijk werd tweemaal gered: door bevolking
Actueel 171 keer gelezen‘s-Gravendeel - Dit jaar is het alweer 25 jaar geleden dat plannen, uitgewerkt door het gemeentelijke samenwerkingsverband ‘de Drechtsteden’, voor wat men destijds samengevat ‘baggerindustrie’ noemde in het natuurgebied Groot Koninkrijk definitief in een lade verdwenen. Een uniek feit, want op dat moment werd Groot Koninkrijk een natuurgebied dat niet één, maar twee keer gered werd door de bevolking van ‘s-Gravendeel.
De eerste keer was in de jaren zeventig toen er plannen opdoken om de polder eventueel te reserveren als een mogelijke locatie voor een kerncentrale. Ook dat ging uiteindelijk niet door, mede door alle protesten. Maar goed 25 jaar later was het dus opnieuw zover: De status van beschermd natuurgebied bleek bij sommige overheden erg weinig waard te zijn en opnieuw kwam de bevolking in opstand tegen de plannen voor het natuurmonument! (Natuurmonumenten was op dat moment de eigenaar van Groot Koninkrijk.) De Drechtsteden, waartoe ook ‘s-Gravendeel destijds behoorde vonden het een prima locatie voor ‘baggerindustrie’.
Maar met name de wijze waarop men dit speelde was niet erg ‘netjes’. Zowel de toenmalige gemeente ‘s-Gravendeel als ook de eigenaar van destijds bleken niet op de hoogte te zijn gebracht van die plannen. Na een informatieavond in (toen nog) het dorpshuis Concordia, die massaal werd bezocht dook ook de media op de merkwaardige gang van zaken. En na een vervolgens even druk bezochte, als rumoerige gemeenteraadsvergadering over de toekomst van Groot Koninkrijk werd gaandeweg duidelijk dat de plannen op weg waren naar de prullenbak.
Buitendijkse graslandpolder
Officieel is Groot Koninkrijk een zogenaamde ‘buitendijkse graslandpolder’. Het gebied is al eeuwenlang agrarisch in gebruik. De laatste anderhalve eeuw treft men er vooral weilanden aan. En langs de dijk zijn nog delen van een kreek te vinden. Er zijn rietvelden langs de oever van de rivier en ook stukjes griendbos. De noordelijke grens sluit bijna naadloos aan op een ander stuk natuur: Het Zuiddiep bos bij Puttershoek. Maar wat maakt én maakte Groot Koninkrijk nu zo belangrijk voor de natuur? Ten eerste is het gebied uniek, want er zijn niet veel van dergelijke buitendijkse graslandpolders meer in ons land.
Maar het belang voor de natuur zit hem met name in de aanwezigheid van veel weidevogels: De tureluur, kieivit, scholekster en vooral de grutto. Daarnaast kan men er ook heel wat soorten kleine zangvogels aantreffen en roofvogels, zoals onder andere de buizerd, bruine kiekendief en de torenvalk. En sinds kort duikt af en toe in de lucht boven Groot Koninkrijk het imposante silhouet op van een zeearend.
Ook de visarend werd in het verleden met enige regelmaat gezien in het gebied. Waarnemingen van die vissende arend gaan zeker terug tot de jaren zestig. Inmiddels is Staatsbosbeheer alweer vele jaren de eigenaar van deze in meerdere opzichten dus unieke polder. Eén van de weinige natuurgebieden in ons land waarover men tijdens de overlevering zal vertellen dat het tot tweemaal toe werd gered door ‘gewone’ burgers.
(tekst: Arie Pieters)















