Werkbezoek van minister Van der Wal (zittend, midden) voor Natuur en Stikstof aan Zuid Holland en Utrecht. In ’s Gravendeel ging ze naar de Hoekse Hoeve, waar ze Henk Scheele (links) van Hoekse Chips en Jeroen Klompe van Klompe Landbouw sprak. (foto: Wiebe Kiestra)
Werkbezoek van minister Van der Wal (zittend, midden) voor Natuur en Stikstof aan Zuid Holland en Utrecht. In ’s Gravendeel ging ze naar de Hoekse Hoeve, waar ze Henk Scheele (links) van Hoekse Chips en Jeroen Klompe van Klompe Landbouw sprak. (foto: Wiebe Kiestra)

Minister Van der Wal bezocht Hoeksche Waard

Algemeen 515 keer gelezen

Hoeksche Waard - Christianne van der Wal, minister voor Natuur en Stikstof, bracht maandagmiddag 23 januari een bezoek aan de Hoeksche Waard. Bij Hoeksche Chips in ’s-Gravendeel ging zij in gesprek met agrariërs, vertegenwoordigers van natuurorganisaties en bestuurders uit de regio over de zorgen die leven en de kansen die zij zien. 

Ook maakte de minister kennis met een ‘regeneratieve experience farm’ en werd ze geïnformeerd over de manier waarop provincie Zuid-Holland de belangen van agrariërs en natuurorganisaties zo goed mogelijk probeert te koppelen bij het realiseren van de doelen van het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG). 
De minister werd geïnformeerd over de manier waarop de regio bezig is met duurzame en innovatieve landbouw en benadrukte het belang van goede samenwerking van de belanghebbenden binnen het gebiedsproces.

Na ontvangst door gastheer Henk Scheele werd de minister door wethouder Paul Boogaard door het programma heen geleid. Boogaard, die binnen de Hoeksche Waard verantwoordelijk is voor landbouw, liet weten blij te zijn met het bezoek van de minister aan zijn gemeente: “In de Hoeksche Waard werken we met de agrarische sector aan een landbouwvisie om boeren een goede toekomst te garanderen. In de visie maken we de koppeling met de uitdagingen die we hebben op het gebied van klimaatadaptie, waterberging en de ambities die we samen met natuurorganisaties hebben waar het gaat om bijvoorbeeld biodiversiteit. We zijn als agrarisch gebied vooruitstrevend en toonaangevend. Samen met de sector proberen we dus te komen tot een toekomstbestendige landbouwsector. Het is mooi dat er zelfs vanuit het Rijk aandacht is voor de innovatieve landbouw in ons gebied”, aldus de wethouder.

Ruimte voor kennisdeling en discussie
Jeroen Klompe uit Mijnsheerenland (Klompe Landbouw) hield een presentatie over de transitie van zijn bedrijf naar regeneratieve landbouw. Gedeputeerde Jeannette Baljeu (verantwoordelijk voor stikstof en NPLG binnen de provincie Zuid-Holland) informeerde de minister over de stand van zaken van de verschillende processen binnen de regio’s die onder Zuid-Holland vallen:
“Per eiland zijn we gestart met werkgroepen om het gebiedsplan voor de Zuid-Hollandse Delta te maken. Elk gebied kent zijn eigen uitdagingen. De Hoeksche Waard is bijvoorbeeld anders dan Voorne-Putten. En Goeree-Overflakkee is weer anders dan het Eiland van Dordt of IJsselmonde. Daarom werken we gebiedspecifiek, waarbij we echt gebruik willen maken van de kennis en de partijen uit de gebieden. Met elkaar moeten we tot oplossingen komen.”

Tijdens ‘rondetafelgesprekken’ kregen agrariërs, natuurorganisaties en bestuurders de kans om met de minister in gesprek te gaan over de uitdagingen binnen het NPLG. Bij de afronding van het bezoek bedankte minister Van der Wal de aanwezigen voor hun constructieve inbreng. “Hier in Zuid-Holland worden in de 3 gebiedsprocessen goede gesprekken gevoerd over hoe men kan ondernemen, wonen en recreëren zonder dat dit ten koste gaat van onze leefomgeving. Ik heb vandaag een aantal mooie voorbeelden gehoord van bedrijven die daar al heel ver mee zijn, waaronder het regeneratieve bedrijf van Jeroen Klompe en het gastbedrijf Hoeksche Chips dat eigen duurzaam geteelde aardappelen tot chips verwerkt. Verder heb ik met alle gebiedspartners gesproken over hoe zij samenwerken aan het reduceren van stikstof, het verbeteren van de waterkwaliteit en het herstellen en versterken van de natuur. Dat zijn grote opgaven die voor ieder gebied anders zijn, daarom is het belangrijk dat deze opgaven uitgewerkt worden in gebiedsprogramma’s.”

Uit de krant