Als eerste – en tot 1921 enige – vrouw in de Tweede Kamer baarde Suze Groeneweg het nodige opzien. (archieffoto's)
Als eerste – en tot 1921 enige – vrouw in de Tweede Kamer baarde Suze Groeneweg het nodige opzien. (archieffoto's)

2025: het Suze Groeneweg jaar is daar, verlegen meisje werd gezaghebbend politica

Algemeen 2.044 keer gelezen

Hoeksche Waard –  ‘Zij is de eerste vrouw die deel zal nemen aan de Nederlandsche wetgeving’ , stond in het Nieuwsblad voor de Hoeksche Waard in 1918 te lezen. Susanna Groeneweg, het eerste vrouwelijke Kamerlid van de Tweede Kamer, geboren in Strijensas op 4 maart 1875. Reden voor het College om haar 150ste geboortejaar het Suze Groeneweg jaar te noemen.

Suze mocht in 1889 naar de Rijksnormaalschool te Numansdorp voor de opleiding van onderwijzeres. Hoofd van die school meester P.M.H. Welker, tevens redacteur van het Nwsblad v.d. HW., schreef over algemene wijsbegeerte van het dagelijkse leven van de burgerij en sprak erover met zijn leerlingen. Na haar opleiding werd Suze op diverse scholen onderwijzeres. In Montfoort gaf zij les aan het Rijksopvoedingsgesticht voor meisjes, sloot zich aan bij de Bond van Nederlandsche Onderwijzers 1902, wegens slechte behandeling van de meisjes. Ze was actief in de Nederlandsche Vereeniging tot Afschaffing van Alcoholhoudende Dranken, van 1920-’28 als hoofdbestuurslid.

Ongelijkwaardigheid
In 1903 werd Suze Groeneweg op een 1-mei viering lid van de Sociaal Democratische Arbeiders Partij (SDAP) en verhuisde naar Rotterdam, waar zij als onderwijzeres in dienst kwam van de gemeente. Al snel zat ze in het Rotterdamse afdelingsbestuur van de SDAP, waar zij in 1905 een vrouwenpropagandaclub oprichtte. Een aparte vrouwenorganisatie was volgens haar niet nodig want daarmee zou de nadruk liggen op ongelijkwaardigheid. Ze was fervent tegenstander van de in 1908 onder voorzitterschap van Mathilde Wibaut opgerichte Bond van Sociaal-Democratische Vrouwenclubs (BSDVC), wat zij beschouwde als een levend verwijt aan de SDAP. ‘Als men er langs de gewone weg niet kon komen, moest men maar een buitengewone kiezen’. (Het Volk 24-12-1917). Deze Bond kreeg pas landelijke erkenning in 1914 binnen de SDAP, waar Suze inmiddels in 1908 lid van het federatiebestuur was en in 1914 werd gekozen tot lid van het landelijk bestuur, een functie die ze tot 1936 behield. Er werd haar meermalen verweten dat zij eerder de mannen naar het hart sprak dan de vrouwen. ‘Ik spreek voor een gemengde zaal van mannen èn vrouwen, dan ben ik in mijn element, opgestouwd en voel dat ik de zaal meekrijg. (Sumatra Post 9-8-18).

Lotsbeschikking
In 1917 werd een grondwetswijziging doorgevoerd: mannen kregen algemeen kiesrecht, vrouwen passief kiesrecht, wat betekende dat vrouwen zelf geen stem mochten uitbrengen. Op 3 juli 1918 vonden de eerste verkiezingen na de wetswijziging plaats. In het Nieuwsblad van de HW van 1918 werd de kiezers verzekerd dat ‘Suze goed is in denken, gedachten zeggen en schrijven. Gemakkelijk heeft ze ’t niet gehad, want ze moest op de lesdagen vier uur loopen wat haar zeker erkenning heeft gegeven tot harde en zachte lotsbeschikkingen’. Als eerste – en tot 1921 enige – vrouw in de Tweede Kamer baarde Groeneweg het nodige opzien. De vaderlandse pers stond bij haar op de stoep, er moesten in het gebouw van de Kamer aanpassingen worden aangebracht, zoals een eigen kleedkamer. De gang die erheen leidde werd ‘het Groenewegje’ genoemd. Ze vertelde hoeveel last ze had gehad van haar verlegenheid: ‘voor partijgenoten van naam, die ik aan zag komen, schoot ik soms maar een zijstraatje in, ik wist eigenlijk niet hoe ik ze groeten moest en in mijn twijfel dacht ik dan maar: “laat ik er maar een ommetje voor over hebben!”’ (Sumatra Post, 9-8-1918). 
Haar maidenspeech werd beoordeeld als echt vrouwelijk. (De Tijd 8-11-1918) De ex-onderwijzeres Groeneweg toonde als politica een grote werkkracht. Ze bereidde zich altijd gedegen voor, bleef rustig, wist ingewikkelde zaken goed uit te leggen en was een gevat debater. Daarmee wist ze zich op te werken tot een gezaghebbend beroepspolitica: vanaf 1919 combineerde ze haar werk in de Kamer met het lidmaatschap van Provinciale Staten van Zuid-Holland (1919-1937) en de Rotterdamse gemeenteraad (1919-1931). Dankzij haar kwam er betaald recht op arbeid voor vrouwen en betaald zwangerschapsverlof.

Ridder
In 1931 werd Groeneweg beëdigd als onbezoldigd ambtenaar van de Burgerlijke Stand en was daarmee de eerste vrouw in Nederland die een huwelijk voltrok. De laatste jaren van haar Kamerlidmaatschap had zij te kampen met toenemende gezondheidsproblemen. In 1937 verliet zij de Kamer. Ter gelegenheid van haar afscheid liet het partijbestuur een gedenkboek samenstellen en werd ze benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Hierna trok ze zich terug in haar huis in Barendrecht, waar ze sinds 1933 woonde. Op 19 oktober 1940 stierf ze, 65 jaar oud. Onder grote belangstelling werd zij op 23 oktober begraven op de Algemene Begraafplaats Crooswijk te Rotterdam.

Expositie
Chris van Ballegooijen laat weten dat Museum Het Land van Strijen op 1 maart de expositie ‘Van schoolbank tot kamerzetel’ opent. Op 4 maart, haar geboortedag worden, samen met familie, bloemen op haar graf gelegd, 8 maart lezing over vrouwen in de politiek, met gemeente en Museum HW en er wordt een wandelroute Sas-Numansdorp uitgezet, weliswaar over geplaveide wegen.

(tekst: Els van Gemeren)

Suze op latere leeftijd.
Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie

Uit de krant